From the monthly archives: August 2004

Ik herinner me een interview met Michiel Romeyn (Jiskefet) in de Rails, jaren terug. Hij was in New York en werd gek van de drukte, de immense gebouwen, de prestissimo vaart van het alledaagse leven, vooral: dat hij het gevoel kreeg dat hij hier niemand was. Het werd zo erg dat hij ter plekke een psychiater bezocht:

Dok, geef me een pilletje ofzo, want dit trek ik niet.

De kalme, zinnige repliek van de zieltjesknijper:

Boeddhistische monniken werken hun leven om dat te bereiken, het verlies van je identiteit; Hier krijg je het gratis!

Zo voel ik me hier, maar op een positieve manier. Het moment dat je voor het eerst je ogen open doet word je een soort van één met de stad. Ik ben in steden geweest waar je niet alleen meteen als vreemdeling of toerist wordt herkend, maar ook met de nek wordt aangekeken; hier spreken de mensen je met een glimlach aan, en ja – vaak ook als ze niks van je willen. Je voelt je, om het er maar eens dik bovenop te leggen, New Yorker.

Bovendien kan ik me niet onttrekken aan het idee hier eerder te zijn geweest: voor een belangrijk deel is dat natuurlijk een toonbeeld van de culturele impact van deze stad. Contra-intuïtief als het klinkt: het voelt gewoon niet zo groot. Welnu, als je het niet erg vindt: ik heb een knisperende, krioelende massa rauw leven hier waaraan deelgenomen moet worden.

Mini-update: een verwijzing naar het artikel met iets correctere bewoordingen dan in mijn herinnering vind je hier.

Tagged with:
 

1) Ze vroeg naar het tijdsverschil, en concludeerde vervolgens dat het daar nu dus 12:19 moest zijn. Ik vertelde haar dat ik een boete had gekregen in de trein omdat ik mijn OV-kaart vergeten was. Het blijkt dat ik die eerst gewoon moet betalen, en dan door bij het loket een formulier in te vullen mijn geld terug kan krijgen. Ik bedacht me dat ik natuurlijk had moeten vragen of daar dan soms weer vijftig cent af zou gaan, omdat er een lokethandeling aan te pas kwam. Ik vertelde haar dat de Duitsers daar een mooi woord voor hebben: Treppenwitz. Na hoeveel ruzies met haar liep ik immers niet de trap af, naar buiten, me die ene sarcastische maar rake opmerking bedenkend die ik een kwart minuut eerder natuurlijk had moeten maken?

2) In de avondwinkel hingen drie klokken aan de muur: één met de lokale tijd, en daarnaast die van Kabul en New York (hang ze dan in de goeie volgorde, denk ik dan).

“Het is daar inmiddels alweer tien voor twee,” zei ik.

“‘s Middags dan, hè,” vulde de verkoper aan.

Ik trakteerde haar op een ijsje zónder er zelf één te kopen; ik was te gespannen om nog meer te eten, en wilde eigenlijk wel zien hoe zij hem at.

3) Het zal ongetwijfeld ooit nog drie uur – pardon, 3:00 PM – geworden zijn, daar, vandaag; maar hier was het 21:00, ik rookte een rode Gauloise op het perron, en voelde me duizelig. De held.



Dit alles dient om u, lieve lezer, te informeren dat ik morgen voor een week naar Nieuw-Amsterdam vertrek. Of ik ga loggen weet ik nog niet. Als ik terugkom zullen er verhalen en foto’s zijn.

 


 

 


 



Enig, zo’n oranje trein. Jammer alleen dat de loskoppelmachine stuk was en hij in z’n geheel naar Rotterdam ging en niet naar Den Haag.

 

Ja, weet u nog wel? Niek, van de gastbijdrage destijds. Welnu, hij schrijft voor Motel Magnolia, en niet over de minste bandjes ook. ‘t Werd tijd dat ‘ie z’n eigen weblog begon.

 

Ah, de herrijzenis van Lowlands Paradise in de Flevolandse polder. Omschreven door 3voor12 als Sim City voor gevorderden (via mkt/antiroos). Altijd leuk om foto’s van te zien: mannen die overleg voeren aan zo’n vertrouwde festivalpicknicktafel terwijl ze uit van die vertrouwde DE-bekertjes drinken. Natte, zware tenten die zacht morrend naar hun nieuwe thuis worden gesleurd.

Maar één foto trok mijn aandacht in het bijzonder: Onweer Protocol. Inzage in een heus classified Lowlandsrampenscenariodocument!

Dit schrijven behandelt de te nemen stappen bij onweer. Het is tevens een handleiding waarin de richtlijnen, problemen en gevaren van bliksem beschreven staan.

Wie was erbij, toen de bliksem insloeg tijdens Storm Warning? Ik niet. Doorgewinterde, kleivretende polderbikkel als ik ben had ik mijn heil allang gezocht in theatertent Foxtrot – toevallig de dichtstbijzijnde overdekte plek. Boom Chicago bleken professionals: al tijdens de eerste sketch (iets over een vergadering) klonk er boven het aanzwellende regengeruis uit ineens een harde klap, en vielen de draadloze dasmicrofoons uit. Binnen vijftien seconden holde een roadie het podium op met vier handmicrofoons, en de acteurs bedankten hem alsof hij een soort notulist of directie-assistent was en bleven daarmee naadloos in hun rol. Respect.

Een uurtje later kwam onder daverend applaus de altijd zonnige Dolf Jansen op. We kennen hem allemaal als Hans’ wederhelft of als spoorboekjespresentator van dat andere festival, maar diep zijn hart is Dolf een Lowlander. Hij praat ook zo tegen je op het podium, eigenlijk net alsof je een biertje met hem aan het drinken bent op het gras naast de Alpha. Gaaf waren dan ook zijn verhalen over wat hij als ‘bezoeker’ die dag allemaal had meegemaakt. Zo had hij een heel leuk bandje gezien in de India, tijdens die fikse storm van vlak daarvoor. Ze kwamen uit Manchester en tijdens een wel heel toepasselijk nummer sloeg de bliksem in:

Is this a storm warning? Has someone just cut the power?

Dit verhaal verdween uit mijn gedachten tot ik, maanden later, “Natural History” in mijn handen kreeg geduwd. Zonder moeite was ik een zeer dierbare band rijker, en realiseerde ik me dat ik tijdens die storm de verkeerde tent in was gevlucht.

Zaterdag om 17:15 in de Grolsch-tent zal ik boete doen.

Tagged with:
 



Het blijft een vreemd gebouw, dat Groninger Museum.

 

Dit is de enige zinnige manier om ermee om te gaan.