From the monthly archives: April 2005

Fiets te koop: €25 of ruilen tegen een gevoel voor taalbeheersing.

Hallo ik heb een helle mooie dammessport fiets merk maxwell kleur groen. alleen de versnellings doen het niet meer en het licht. de remmen zijn pas er nieuwe op gemaakt dus die doen het prima de versneling 1 doet het goed en je kan hem wel naar een andere versnelling doen maar dan moet je wel die knop wast houden want anders schiet tie los je kan hem gebruiken voor naar de dokter en voor bootschapen en voor naar de station of gewoon ergens heen te fiets. je ken hem ook als onder dellen gebruiken of zo iets groetjes ik hoop dat iemand hem zo snel mogelijk komt hallen want hij staat in de weg groetjes

Ik heb ‘m nu drie keer gelezen, maar ontdek iedere keer iets nieuws. Mijn favoriet: “bootschapen“. De vermelding van mogelijke bestemmingen (als ware het een feature van de fiets) is überhaupt al hilarisch:

a) de dokter
b) bootschapen
c) de station
d) gewoon ergens heen te fiets

Wat is precies de gedachte – hoe beter de fiets, hoe hoger het aantal bestemmingen? (Schoolplein: “Mijn fiets is zo goed, ik kan er wel mee naar tien plekken!” “Ikke honderd!”) Of is het een statuskwestie, kwaliteit-over-kwantiteit? (“Ja, ik wil best een fiets, maar dan wél eentje waarmee je naar de rotary én naar de hondentrimsalon kan.”)

En hoe gebruik je een fiets precies “onder dellen”? Nou goed, ik draaf door, u begrijpt het. Uw vondsten en interpretaties van dit letterkundig curiosum graag in de comments.

Tagged with:
 

In “31 Songs” (in de VS uitgebracht als “Songbook”) houdt Nick Hornby een gepassioneerd pleidooi voor de liedjes die het ‘m doen voor hem; het spectrum reikt van robuuste, iconische rock-anthems als Springsteen’s Thunder Road tot de gedistilleerde en gemashupte hipheid van 2 Many DJs (in de inhoudsopgave overigens vermeld als “Soulwax”). Maar opvallender is het essay over Nelly Furtado’s “I’m Like A Bird”, waarin Hornby oprecht (en térecht) de lof der eenvoudige, lekkere popmuziek bezingt.

In menige discussie met Serieuze Muziekliefhebbers © blijk ik vaker dan ik gedacht had die positie te verdedigen. Vergelijk: een vriend van mij is kok in een bijzonder omhooggevallen hotel. Hij schudt de duurste en sjiekste gerechten uit zijn mouw (en die zullen vast niet te versmaden zijn), maar als je hem vraagt, “Wat eet je zelf nou het liefst?” antwoordt hij steevast: “Lekker broodje kroket.” En geef hem eens ongelijk!

Lang verhaal kort: als ik jou binnenkort ergens hoor zeggen, hoe terloops ook, dat je Get Out of My Bed van Krezip écht een kútnummer vindt, dan zie ik geen andere optie dan je ter plekke dood te stompen. Ter plekke.

De traditie van het boek wordt overigens voortgezet bij McSweeney’s.

Tagged with:
 


Dus dit is het Nieuwe Zoetermeer. Noemde ik deze onderkoelde slaapstad, mijn eeuwige thuis, voorheen al schertsend de Haagse Bijlmer; met de komst van de nieuwbouw in het centrum (compleet met verplichte MediaMarkt) begint het verdacht veel op de Amsterdamse Bijlmerboulevard te lijken. De nieuwe alles-wat-elektronisch-is-winkel blijkt trouwens een populaire hangout voor allerhande schooljeugd. Ik heb ceremonieël een printer gekocht.

 


Dit is mijn kerk. Al sinds mijn allerjongste jaren kom ik naar deze heuvel om te denken, om te huilen. Vandaag kwam ik hier – ik heb nagedacht en gehuild en besloten een andere stageplaats te gaan zoeken.

 

Een artikel dat mij erg aan het hart gaat: een ode aan oorsmeer. Trust him – he’s a doctor. Plus handige suggesties voor wat te doen met wattenstaafjes.

 


Inzet: eten. Boven: kat. Onder: meeuw. Fight!

 


Een omhooggevallen buurt, zo rond de Wassenaarseweg, maar een prachtig stadsbeeld.

 

 

 


Kathy Foster (The Thermals) signeert iemands schoen.