Currently viewing the tag: "belle and sebastian"

En hoe het was. Innemend knutselende vogels, een betoverende Latijnse Zweed, broddelende Nederpoppers, wat uitgelaten groente en geworpen fruit, duizenden Britten, een bejaarde punker en onbeschríjflijk veel meer waren in 2006 de slagroom op de vertrouwde Biddinghuizense taart van veel bands en andere cultuuruiters, veel drank en andere genotsmiddelen, weinig slaap en (dit jaar) weer eens veel, héél veel modder.


Foto geleend van Lowlog

–> Lees verder…

Een N.B.’tje vooraf: op 3voor12 zijn veel van de hier besproken concerten te beluisteren of te zien, of zijn er on-site sessies van de artiesten opgenomen. Echter, linken naar een specifiek item op 3voor12 is zo lastig (Javascript yay!), dat ik ervoor gekozen heb om van een aantal artiesten clandestien mp3′tjes te trekken, die aan het eind van de betreffende stukjes gelinkt zijn. Take that, 3voor12. Wel stiekem even nakijken aldaar, want ze hebben wel heel veel moois.

INLEIDING

Ten opzichte van voorgaande jaren werd Lowlands 2006 werd vooral gekenmerkt door de onverwachte uitverkoop op het laatste moment, een veelheid aan Britse bezoekers en artiesten, weerbarstige maar dapper getrotseerde streken van de elementen, en een programmering die zowel bescheiden als gedurfd te noemen is.

Toen ter elfder ure bekend werd dat het laatste enkeltje Biddinghuizen over de toonbank was geschoven, waren hordes gierige would be-Lowlanders grandioos het zaadje. Dit zijn van die ongure types die tot het laatste moment wachten om hun ticket aan te schaffen, want “het verkoopt toch niet uit, weet je wel”, teneinde op de grijze markt(plaats) een toegangsbewijs te verkrijgen van iemand wiens kat ineens ziek was ofzo. Nou, u moet weten, GNFTI is zo’n type.

Ja, u leest het goed, we spreken de Dag Voor Lowlands en ik was kaartjesloos thuis. Dan mag ik nog wel zo’n grote bek open trekken over wat je wel en niet moet doen in het polderparadijs; ook pseudo-experts en vermeende veteranen als ik kunnen treuzelen met onnavolgbare naïviteit.

Ik denk dat ik niet overdrijf als ik zeg dat ik meer dan duizend keer op de F5-toets heb gedrukt met een bekende veilingsite in het browserscherm. Tegen de tijd dat ik allang lauw Aldibier had moeten wezen zitten drinken op camping drie had ik me allang neergelegd bij de waarschijnlijkheid dat ik vijf of zes briefjes van vijftig van de hand ging doen ter boetedoening voor mijn tot dusver schrijnend gebrek aan kaartjeskoopkundigheid, en dan maar niet ging eten op Lowlands, of een paar maanden droog brood ging nassen, of beiden.

Toen, om zeventien over zeven plaatselijke tijd, was er een redder. Een jongeman bood zijn kaartje aan op een bekende veilingsite: tegen kostprijs, nog wel. Het toeval – neen, lot – wilde dat deze jongeman geografisch gezien slechts luttele kilometers verwijderd was van mijn woonstee, en toen ik zijn aanbod las greep ik dan ook met dramatisch aplomb (je had me moeten zien) naar mijn telefoon, om deze barmhartige koopman mede te delen dat ik heus wel wist dat ie platgebeld werd, dat het nu eenmaal een gekkenhuis is, en dat ik zijn hoogste bod wel wilde overnemen, in een slijmerige “pick me!”-poging om hem te overtuigen dat het gewoon handig zou zijn om mij dat kaartje te doen toekomen omdat ik dichtbij zijn vaste woon- en verblijfplaats verkeer.

Zijn antwoord? “Nee, je bent de eerste, eigenlijk. En m’n vrienden gaan niet, dus ja, waarom zou ik meer vragen.”

Er is een God. Ik heb nog nooit zo hard gefietst. Dank u, Robin. Er is goeds in deze wereld.

GNFTI’s kaartkopend vermogen: 1 voor idee en uitvoering, 7 voor uiteindelijke redding. 4.

Dan: de Buitenlanders. Wat waren ze met veul! Op eerdere Lowlandsen liep men op een onbewaakt moment nog wel eens een verdwaalde Vlaming tegen het lijf; in 2006 echter wemelt het van de internationale polderpelgrims. Het merendeel ervan (tenminste vierduizend, heb ik me laten vertellen) reisde af vanuit Groot-Britannië, maar ik hoorde ook de Franse, Spaanse en zelfs Duitse taal op het terrein.

Hierbij viel niet alleen op dat veel van de overzeese gasten een bevriende local als gids en vertaler-waar-nodig tot hun beschikking hadden, maar vooral ook dat onder het merendeel van deze Hollandse ambassadeurs het niveau van het gesproken Engels opmerkelijk hoog lag, zelfs voor dutsj stendurds. Tussen neus en lippen door en zonder omslachtige beschrijvingen bij de Asia Food aan onze vrienden uit Albion uitleggen dat een loempia een spring roll behelst, daar lijkt de hedendaagse Lowlander-met-gasten zijn hand niet voor om te draaien. Prachtig.

De Britten: gezellig en kleurrijk (of dronken en witroze, hoe je het ook ziet). 9.

Dan het weer. Menig zuurhoofd heeft hoofdschuddend toegekeken toen men kennis nam van de voorspoedige kaartverkoop enerzijds, en de onheilspellende berichten van Meteo Consult anderzijds. Natuurlijk weet de doorgezomerde Lowlander dat het weer slechts een bescheiden rol speelt in de evenementbeleving, maar zelfs dat in acht nemende lijken de weergoden ons relatief gespaard te hebben: oké, zo af en toe viel er wat water uit de lucht, maar toen ik op zaterdagochtend bijkans m’n tent uitgebrand werd door dat gele ding in de hemel kon ik me moeilijk ergens zorgen om maken. Op zondag werd het uiteindelijk dan toch een blubberbad, maar er zijn grenzen aan alle mazzel, en beter zondag dan vrijdag.

Het weer: vrijdag 7, zaterdag 8, zondag 3. 6.

Dan de programmering, die ik hierboven zowel bescheiden als gedurfd heb genoemd. Waarom? Welnu, aan kaskrakers zoals altijd geen gebrek, zie Muse, Arctic Monkeys, Massive Attack; maar dit zijn de allergrootsten, en die zullen er altijd zijn, maar ze vormen in mijn optiek niet de ruggegraat van het festival. Het is tenslotte Pinkpop niet. Wat juist ontbrak waren de “grote” namen uit de indiehoek: hadden we vorig jaar nog het veelgeprezen Arcade Fire en de oudgedienden van The Pixies op ons briefje staan, in 2006 was het in de categorie indiehelden hooguit Belle & Sebastian dat hordes zure Pitchforklezers met ironische T-shirts naar de Grolschtent deed sjokken om daar met hun armen over mekaar één en ander gade te slaan. Niet dat ik dat als een gemis zie, maar een naam als Sufjan Stevens, Okkervil River of Bright Eyes (alti
jd welkom
) op de poster zou niet hebben misstaan. Genoeg te doen op Lowlands, natuurlijk, en dat maakt het relatieve gebrek aan indie sweethearts ook gedurfd: zo zie je nog eens wat anders (Guillemots, bijvoorbeeld: daarover later meer.)

Programmering: voor mij minder must-sees dan verwacht, maar zoals altijd gedurfd en gevarieerd. 7,5.

Nog een punt van orde: sinds het aanschaffen van mijn eerste mobiele telefoon (net als iedereen in 1998) heb ik me niet zo bedroevend onbereikbaar gevoeld op Lowlands. Ik weet niet hoezeer anderen belemmerd waren in hun mobiele communicatie, maar navraag toonde aan dat het vooral de klanten van Telfort waren die hun telefoon net zo goed thuis hadden kunnen laten liggen. Nu weet ik dat technologie niet iets is waar je je afhankelijk van moet gaan voelen; maar onhandig is het wel, bovendien lijkt me dat naast bierdrinkende feestfanaten als ik er toch ook professionals rondlopen op het terrein wier werk het vereist dat ze bereikbaar zijn. Simpel gezegd: extra zendmasten, my ass.

Bereikbaarheid via Telfort: vrijwel non-existent. 1 of 2 keer een sms’je kunnen versturen of m’n voicemail beluisterd. 2.

Anyway, er was ook nog een festival en dat ging zo.

VRIJDAG

De eerste tonen van Lowlands 2006 klonken voor mij in de Bravo, waar het over het podium gespannen afzettingslint vijf minuten voor aanvang nogal onceremonieël werd afgevoerd door een roadie of stagemanager. Nu kan Spinvis wat mij betreft drie kwartier op het podium gaan zitten schijten en dan klap ik nog, maar ik kan me niet losweken van het gevoel dat hij er hier meer van had kunnen maken.

Erik de Jongs muziek is uiteraard heel bijzonder en een genot om live te mogen aanschouwen, en de nu door hem verzamelde bandleden – markante trompettist, virtuoze xylofonist en enthousiaste en vooral lékkere celliste – dragen bij aan overtuigende interpretaties van de idiosyncratische knip-en-plakcreaties die we kennen van de langspelers. Maar toch. Lowlands is geen theaterzaal, en Spinvis speelde vrijwel dezelfde show als ik enkele maanden geleden in het clubcircuit zag. Waarom niet een praatje tussendoor, of een Spinvis-grapje om het ijs te breken aan het stroeve begin van zo’n slopend festival?

Tel daarbij op dat het concert nogal traag op gang kwam, en Erik nooit echt leek te kunnen kiezen tussen zingen en voordragen-uit-eigen-werk. Spinvis staat en valt bij toevalligheden, maar de “schoonheid van de geloopte fout” die op zolder zo makkelijk is op te slaan en 32 keer aaneen te rijgen heeft in de ruime Bravo-tent veel meer aanmoediging nodig, of ruimte om hem te laten ontstaan.

Nogmaals, Spinvis is de eenzame redder van de Nederlandstalige popmuziek en ik kan er geen genoeg van krijgen, maar wellicht juist daarom: meer overgave, alsjeblieft. 6. Luister: “Bagagedrager” live op Lowlands (MP3) (3voor12 over Spinvis)

Tot mijn grote plezier is ervoor gekozen om het concert van José Gonzalez te laten plaatsvinden in de Juliet, de gesloten theatertent waar je altijd zo lekker lang voor in de rij moet staan. Dit bleek een uitstekende keus, want man, hebben wij mooi even met duizend man de liefde bedreven met José daarbinnen.

Soort van. Maar extreem intiem was het wel. Gonzalez is een onwaarschijnlijke bron van zoveel innemendheid: met zijn eenzame Spaanse gitaartje en zijn rode Lacostepolo is de Argentijnse Zweed niet echt het type rockster. Maar verlegen is hij niet. Af en toe denk je: “zou ie het wel naar zijn zin hebben hiero?” en net op dat moment doet Gonzalez z’n mond open en spreekt hij je in het meest kalme, oprechte Engels toe.

De show was een bezielde mengeling van Josés eigen kabbelend-stuwende, soms naar Crosby, Stills & Nash (ja, in je eentje) neigende songs en een handjevol van de slim gekozen en vernuftig uitgewerkte covers waar hij zo bekend mee is geworden.

Gonzalez houdt van doorspelen: behalve als hij zijn gitaar om moest stemmen liet hij na elk slotakkoord slechts twee seconden ruimte om het publiek haar waardering uit te laten spreken, om daarna direct het volgende lied in te zetten. Bij zijn magistrale interpretatie van “Heartbeats” leverde deze werkpaardinstelling een prachtige tweetraps-applausgolf op (als je herkenningsapplausjes krijgt, dan weet je dat je goed bezig bent).

Zijn virtuoze gitaarspel liet zien dat hij makkelijk het hele concert in zijn eentje had kunnen doen: de combinatie tussen open stemmingen en geschoold vingerwerk zorgden voor een hechte balans tussen bas en melodie, die de suggestie wekte van veel meer instrumenten. Gonzalez vindt het duidelijk ook leuk om de grenzen van de vingertechniek op te rekken: echter, het belang van het liedje staat voorop, en de enkele keer dat hij over zijn eigen brein-handcoördinatie struikelt is daardoor des te charmanter.

Toch kwamen op de helft alsnog versterkingstroepen opgewandeld: een blanke percussionist met kaalgeschoren hoofd (hoe Scandinavisch kun je zíjn) die plaatsnam achter twee conga’s, en een Aziatisch meisje dat, ja, wat deed ze eigenlijk. Zingen, af en toe, en bij tijd en wijle nam ze een tamboerijn, woodblock of shaker ter hand. Toen de verzameling kleine instrumenten uitgeput was volstond ze met een subtiele handclap op de drie – hetgeen natuurlijk binnen no time tot gevolg had dat de voltallige Julietgemeente met haar mee klapte.

De muzikale aanvulling van het tweetal (dat naast Gonzalez overigens voor een visueel aantrekkelijke etnische mix zorgde) nam echter nooit iets weg van de subtiliteit van de frontman. Sterker nog, hun understated toevoegingen benadrukten juist zijn minimalistische vindingrijkheid: bij gebrek aan een band kan een beheersde voetstamp op het podium, via de door zangmicrofoons opgepikte trillingen, best een basdrum zijn. Nagels op een conga? Hihat. Handclap of woodblock? Snare. En José is gitaar en basgitaar tegelijk.

Overigens creeërde Gonzalez dankzij zijn coverdrift bij mijn weten een Lowlands-unicum: tot tweemaal toe speelde hij een lied dat op hetzelfde evenement door de oorspronkelijke artiest zou worden uitgevoerd. De eerdergenoemde Sony-stuiterballenhit “Heartbeats” natuurlijk, van het bizarre The Knife; maar ook Massive Attack’s “Teardrop” moest het ontgelden. Het merk José Gonzalez is zo sterk, echter, dat het oorspronkelijke genre van een lied er eigenlijk weinig meer toe doet: in zijn handen wordt een lied van hem zelf, maar blijft toch herkenbaar. Als afsluiting waren daar Bronski Beat’s “Run Away Turn Away” en “Hand on Your Heart” van Kylie Minogue.

Al met al zorgde Gonzalez met zijn warme toon en inzichtelijke covers voor een intieme, magische, elektrische show die iedereen met een glimlach op het gezicht de zaal liet verlaten. Een hoogtepunt van Lowlands 2006. 8,5. (3voor12 over José Gonzalez)

‘s Avonds was het de beurt aan Snow Patrol, een band die ik op papier grandioos zou moeten vinden: gevoelige, licht onderkoelde liedjesrock, met af en toe een radiovriendelijk popnummer. Ik bedoel, een chronisch onderschatte band als Idlewild kan mij doen smelten; waarom wil het dan nooit boteren tussen mij en de
sneeuwpatrouille?

Hun optreden in de Biermerktent zou onze ongemakkelijke relatie weinig helpen. Zoals we dit weekend wel vaker zouden meemaken was het voorste vak gevuld met duizenden maniakale Britten, en ik vraag me af waar ze het enthousiasme vandaan haalden.

Elke keer dat een lied werd ingestart met ratelende Telecaster-gitaren en dan de drums donderend inkwamen als een helleroep vanuit de hemel deed mijn hart een klein sprongetje: “Ja! Dit is het! Dit is wat ik gaaf vind! Dit is waarvoor ik lééf, verdomme!”

Om vervolgens nog vóór het tweede refrein mijn interesse te verliezen in de bij vlagen geniale, maar veelal gezapige zang van Gary Lightbody, die toch vooral in deze wereld lijkt te zijn geroepen om meisjes een licht oppervlakkige staat van verliefdheid te bezorgen, of jongetjes met gebroken hart een licht oppervlakkige bron van steun te bieden.

Toen halverwege de hele show in elkaar zakte door een slecht getimede aaneenschakeling van slepende ballads (“We hebben stiekem synthesizers! Niet doorvertellen!”), was de show bijna niet meer te redden. Het enige lichtpuntje werd geboden door de twee bescheiden radiohits in de slotfase: “You’re All I Have” en “Run”, twee weinig baanbrekende maar toch uitzonderlijk lekkere popliedjes.

Presentator Dolf Jansen instrueerde ons in de aankondiging nog om tijdens het laatstgenoemde lied de uitgedeelde aanstekers in de lucht te houden (het refrein gaat van “Light up, light up”, begrijpt u wel), maar het massale lichtschouwspel vanuit het publiek liet de heren Snow Patrol óf koud, óf de band was van tevoren ingelicht over deze stunt. In beide gevallen vind ik ze weinig sympathiek. Ik kan niet kiezen: was dit optreden nou een gemiste kans, of is Snow Patrol zelf een gemiste kans? 4. Luister: “You’re All I Have” live op Lowlands (MP3) (3voor12 over Snow Patrol)

Ik stelde mijn Lowlandsinzicht op de proef door publiekstrekkers Placebo (vaak gezien) en Hard-Fi (waan van de week) links te laten liggen en terug te keren naar de Bravo voor het concert, als je het zo kunt noemen, van The Knife.

Laat ik vooraf zeggen: ik heb respect voor wat broer en zus Dreijer maken, maar ik schijt op conceptuele kunst. (Nu ik erover nadenk zou ik de wereld rond kunnen reizen om mij boven allerlei uitingen van conceptual art wereldwijd te ontlasten en er geld voor vragen en het metaconceptuele kunst noemen, maar ik dwaal af.)

Op plaat maken Olof & Karin innovatieve en uiterst weerbarstige dance, die soms naar 80s-synthesizerpopliedjes neigt, dan weer naar experimentele electro. Uiterst hip allemaal. De Zweden doen aan wars zijn van de media (ook alweer zo hip) en laten zich niet fotograferen, nee nee. Want stel je voor, straks plaatst iemand zo’n foto op het internet!

Dit soort gimmicks dragen natuurlijk wel bij aan een ijzersterke persona, en die werd op Lowlandsvrijdagavond dan ook tot de allerlaatse druppel uitgebuit. Over de publiekskant van het podium was een soort surrogaatjesdoek gespannen, waarop voortdurend nogal verwarrende videobeelden werden vertoond die de songs moesten ondersteunen, of niet.

Olof & Karin (als ze het waren) waren uiteraard onherkenbaar aanwezig, in een allesverhullend pak met lichtgevende ogen. (Dat gedurende het gehele optreden geen enkele aanwezige dronkelap “Tietuh!!” heeft geroepen wekt enige verbazing.) Er was nog een derde ‘bandlid’: een soort Carnaval Festival-achtige pop die bij tijd en wijle een soort oversized nepdraaiorgel een slinger gaf. Waarom, Joost mag het weten. Waarschijnlijk om de aandacht af te leiden van hun ware identiteit.

De vaak vervormde zang van Karin ging door merg en been, en haar prachtige (bijna Duitse) accent in het Engels gaf een vervreemdende sfeer mee aan de toch al hoekige, vaak kille nummers. Over Olof kunnen we niet veel zeggen: hij sloeg met wat stokjes op dingen, maar volgens mij stonden z’n drumpads niet aangesloten; vrijwel alle muziek kwam van een cassettebandje.

Eerlijk is eerlijk: het mag dan Weird Omdat Het Kan zijn geweest, het was ook sterk. Wat The Knife doet is uniek, zowel op plaat als live, en dat kunnen niet veel artiesten zeggen. Met hun afleidende kunstigheid en ellenlange opbouw (“komt er nog een beat?”) zullen ze niet veel nieuwe fans gemaakt hebben, maar de liefhebbers van eigenzinnige, kale electrokunst werden op hun wenken bediend. 6,5. (3voor12 over The Knife)

Voor de gein ben ik nog even blijven hangen in de Bravo, en informeer de pers, GNFTI is ruim een úúr bij een DJ blijven hangen. Nieuws. Canadees Tiga kennen we natuurlijk allemaal van zijn remixwerk: “Hot in Herre”, “Sunglasses at Night” en wat al niet meer.

Vanavond kwam hij plaatjes draaien. Nu ben ik natuurlijk totaal niet thuis in dit genre, dus zal ik de bijvoeglijk naamwoorden zoveel mogelijk op stal laten, behoudens dan “overweldigend”, “imposant” en “meeslepend”. Want dat was het. Wel wil ik nog even het woord “electroclash” laten vallen, want dat schijnt zo te horen.

Vanaf het startschot hield Tiga zichzelf en iedereen bij de les door op het juiste moment een geile opbouw te creëren of juist iets anders te proberen. Eén en ander klonk niet bepaald als de standaard huis-tuin-en-dansvloer-DJ; en belangrijker nog wellicht, de voetjes gingen onwillekeurig van de vloer, en dat gebeurt bij mij niet snel. 8.

Tenslotte: Never Mind the British. Ter ere van de New British Invasion werd de gehele nacht muziek van de eilanden gedraaid, en op basis van wat ik ervan heb opgevangen leek het een brede staalkaart van de immens rijke pophistorie van Groot-Britannië. Het publiek was welwillend: van een dronkemansdans op “Come On Eileen” (toch het beste lied over bukkake ooit gecomponeerd) switchen naar gearmd meebrallen op “Street Spirit (Fade Out)”, daar draait de India haar hand niet voor om. 8.

Gehoord:

“Homoboeren bestaan wel, maar ze zijn wel in de minderheid.”

Ik (vanuit Juliet-rij): “Ga je niet naar José Gonzalez?”
Zij: “Nee, we gaan naar de Magic Numbers.”
Ik (sarcastisch): “O, zij zijn echt vet.”
Zij: “Ga jij nou maar lekker naar je Sony-reclame.”
Ik: “Ach, zoiets zou jij ook doen als je de kans had.”
Zij: “Louter commercie man.”
Ik: “Joh, ga lekker stuiterballen gooien ergens!”

“Ik ga straks echt even wat aftersun opdoen, misschien dat dat helpt tegen spierpijn.”

“Alles rits? (…) Achter de kits?”

Bij de rij voor het ethnisch homogeen bemenste Thai Food: “Volgens mij wordt er wel gediscrimineerd bij de solliciatieprocedure hiero.”

ZATERDAG

De vroege zaterdagmiddag werd een Beatlesfeestje: ter ere van de onlangs verschenen vertalingen van Bindervoet en Henkes bracht een keur aan vaderlandse zangers een Beatleslied in je moerstaal.

Dit had een heel bijzondere revue kunnen worden, maar vanaf de aftrap was duidelijk dat deze show volledig los stond van het boek. Gezien de wel heel vrije interpretaties van de artiesten en het ogenschijnlijke gebre
k aan voorafgaande repetities werd het geduld van zowel de huisband De Kevers als het vroege Bravopubliek ernstig op de proef gesteld. Bovendien leek de Powerpoint-operator nog lang niet hersteld van zijn vrijdagkater: de liedteksten die ter uitnodiging tot karaoke op het scherm getoond werden liepen zelden enigszins gelijk met het verloop van het lied.

Tot amateuristische overmaat van ramp verscheen telkenmale groot de melding “Draadloze netwerkverbinding gevonden” in beeld, die de operator dan weer haastig weg moest klikken, om vervolgens met gezwinde spoed de zanger te proberen in te halen. Op een gegeven moment verscheen nog voor het slotakkoord van het vorige lied de titel “Help!” levensgroot op het scherm, een uitroep die me kenmerkend leek voor de geestesstaat van de man achter de laptop.

Visueeltechnische onvolkomheden zijn nog tot daaraan toe, maar veel van de pop-BN’ers maakten er toch ook wel een potje van. De teksten van Bindervoet en Henkes zijn bij mijn weten niet bedoeld als canonische Beatles-vertalingen, maar eerder als interpratieve, vaak humoristische pogingen om de woorden van John, Paul, George & Ringo te verplaatsen naar het Hollandse land. De twee vertalers weten wanneer ze zich op de letter moeten houden en wanneer ze los mogen gaan: zo blijft “She Loves You” gewoon “Ze houdt van jou” maar verandert “Sergeant Pepper’s Lonely Hearts Club Band” terecht in “Captain Iglo’s Zeeman’s Zangzaad Koor”.

Hoewel ik betwijfel of de aangetreden vaderlandse vocalisten dit wel helemaal goed begrepen hebben, waren er een aantal stembandberoerders die zowel de geest van de Beatles als die van de vertalers bij de strot wisten te grijpen. Vooral de rockers waren in hun element: Marco Roelofs (Heideroosjes) met “Help!” en Denvis (The Spades) met “Huis op stelten” (Helter Skelter) waren erg sterk. Ook de dames mochten er zijn: Floor van After Forever bracht een werkelijk magistrale, bijna theatrale uitvoering van “Zij gaat van huis” (She’s Leaving Home). Ook charmant was de uitvoering door Bart en Dennis (Racoon) van “Nergensman” (Nowhere Man), in hun Zeeuwse versie “Nergensvent” geheten. Maar de absolute winnaar was Beefs eigen Pieter Both, die met zijn uitvoering van “Hé Joop” (Hey Jude) als één van de weinigen wél liet zien geoefend te hebben, en het tamme zaterdagmiddagpubliek uit zijn hand wist te laten eten.

De Kevers maakte op de argeloze luisteraar een goedbedoelde maar toch vooral onevenwichtige indruk; Lowlands heeft het eerder gepresteerd om een eerbetoon aan Johnny Hoes gepresenteerd door Henny Huisman te overleven, dus wellicht is het een aardig idee om dit soort feestjes wat later op de dag te plannen, als er bier in de man zit enzo. 8 voor idee en vertalingen, 4 voor uitvoering en continuïteit. 6.

Niet dat een slap Beatlesfeestje onze dag ging verstoren. Nee, niets daarvan. Die middag nog trok ik met hooggespannen verwachtingen naar de Lima voor wat het beste concert van Lowlands 2006 zou worden: Guillemots. Nu is schrijven over muziek natuurlijk als dansen over architectuur, en ieder zijn meuk, maar man, wat een band.

Eerder schreef ik al een ongebruikelijk lovend stukje over deze vogels, en ik was dan ook wat onzeker of aan mijn verwachtingen zou worden voldaan. Al bij het eerste nummer was ik verkocht door dit bont gezelschap, niet in de laatste plaats door de uiterst charmante frontman Fyfe Dangerfield, met zijn ruime gezichtsbeharing, gescheurde ruitjesbroek en verplichte bohemienpet toch een merkwaardige verschijning.

Het is niet bepaald een standaardfrontman: Dangerfield speelt zittend en vrijwel begraven onder zijn keyboardstellage; maar man, ik heb nog nooit iemand zo energiek zien zitten, en door zijn immer bezielde zang en eeuwige grijns weet hij nooit de grip op het publiek kwijt te raken.

Dangerfield wordt aan alle kanten geflankeerd door nog meer vreemde vogels: aan zijn rechterzijde geschoold contrabassiste Aristazabal Hawkes, aan zijn linkerkant de Braziliaanse ex-metalgitarist MC Lord Magrão en twee uiterst energieke blazers.

Het is met name Magrão die Guillemots haar rock & roll-waarden met ijzeren hand weet te handhaven: als enige gitarist en met de voorman verscholen achter zijn Japanse klavieren krijgt hij voortdurend vrij spel om met gruizige riffs of ronde feedback tegenwicht te bieden aan de poppy maar kokette hersenspinsels van Dangerfield.

Wat Magrão overigens deelt met zijn collega-gevleugelden is een voorliefde voor gekkigheid en kleine instrumenten: het ene moment komt hij met een megafoon voor z’n snufferd uit de achtergrond gekropen, het andere gebruikt hij een elektrische boor om bizarre geluiden uit z’n Fender Jaguar te persen. Dat hij zijn instrument serieus neemt blijkt wel uit zijn gebruik van een échte tape echo, dus niet zo eentje uit een kastje met nullen en enen maar met een magneetbandlus, waarnaar hij soms bukt om hem aan te klikken.

De Lima puilde (terecht) rijendik uit deze zaterdagmiddag, en ingewijden en leken tezamen lieten zich gewillig meevoeren met de aanstekelijk enthousiaste en bezielde popliedjes van Guillemots. Uiteraard kwamen prachtnummers als “Made-up Lovesong #43″ en “Trains to Brazil” voorbij, maar ook werd een geheel nieuw nummer uitgeprobeerd, dat qua tekst (“Guillemots are coming”, zoiets?) en frivole uitvoering nog het meest deed denken aan een band-theme song, in de geest van The Thermals hun “Everything Thermal”.

Dangerfield deed zijn best: op een gegeven moment las hij van een verfrommeld papiertje op in quasi-Nederlands: “Dit is een lied over een idioot.” Later volgde “Dit is het laatste nummer”, een aankondiging die op enkele kreten (waaronder de mijne) van “São Paulo!” mocht rekenen. Uiteráárd was het dat lied, zowel op plaat als live Guillemots hun proudest moment, waarbij op het podium dan ook alle remmen los gingen. Dangerfield deed maar weer eens een greep in de uitgestalde koffer met curiosa, en ging tekeer met een drumstok en een bedeukt oud dienblad.

Rijk gearrangeerde maar toch toegankelijke popliedjes, gebracht met een overgave waar je bijna bang van zou worden, ware het niet om de geruststellende glimlach van de immer sympathieke Fyfe Dangerfield. Ik kan me moeilijk voorstellen wat je nog meer zou willen van een Lowlandsconcert. 9,5. (3voor12 over Guillemots)

Vanwege mijn schier grenzeloze liefde voor Guillemots nog een bonuslink: check de niet te versmaden liftsessie voor (behind) closed doors in Hotel Bazar.

We bleven maar hangen in buurt van de Lima om nog het concert van beroepsmalloot Mocky mee te pikken. Het begint wel echt een clan te worden, die Canadezen en Britten in Berlijn. Mocky produceert en drumt voor Jamie Lidell, Taylor Savvy zingt zijn ironische eighties-croon voor Mocky’s bescheiden hitje “Catch a Moment in Time” en gaat vervolgens mee op toer om te bassen.

Mocky bewandelt de gevaarlijke lijn tussen campy flauwigheid en oprechte R&B;, en het wordt nooit duidelijk welke van de twee nu echt bedoeld wordt. Maakt dat uit? Waarschijnlijk niet, al moet je als kijker wel met hem mee durven gaan. Duidelijk is wel dat M to the O to the C-K-Y tegenwoordig niet vies is van een echte band; de samples zijn gereduceerd tot een klein kastje op een tafeltje op het podium.

Waar Mocky heen wil is ook meteen helder: bij opkomt pakt hij meteen een wijzerbord met de tekst “<-- THE ZOO", en doet de zakelijke mededeling: "I want to take you to the zoo." Het is mene
ns met dit dierentuinbezoek, want gedurende het hele optreden doet Mocky dezelfde apenstreek: "when I say ooh, you say ah! ooh-ooh! ah!-ah!

Voor degenen die bekend zijn met het werk van de maffe Canadees was er niet veel nieuws te beleven. Mocky doet eens een oprechte rap, Mocky neemt het op voor de kleine man door een zwarte maillot met pingpongbatjes erin op zijn hoofd te doen (“Mickey Mouse Motherfuckers”). Mocky doet een cape om, Mocky zet een slaapmuts op. Mocky rockt de tent, en je weet niet of je nog moet lachen.

Wat wel opviel was dat dit campspektakel goed werkte met liveband; enige uitzondering was de meegebrachte soul mama, die volstrekt overbodig leek.

Mocky bedient een nogal specifiek publiek, en dat weet hij ook. Op de keper beschouwd is het eigenlijk positive hiphop met een fikse dosis humor, maar de grappenmakerij valt zo op dat die vaak de overhand krijgt, het publiek in verwarring achterlatend. Flauw is het, maar daar ben ik niet vies van, en uniek is het ook, maar je zou toch hopen dat Mocky met zo’n uniek concept bereid is the extra mile te gaan. Stiekem hoop ik op een inventieve nieuwe single die het merk Mocky een nieuwe impuls zal geven. 6. (3voor12 over Mocky)

Iggy & The Stooges. Dat wil zeggen, Iggy Pop speelde op Lowlands. Dat gaan we toch niet nodeloos compliceren met recensies en cijfers?

Gehoord:

Engelse buurvrouw: “We should gang up on that guy with the waterpistol.
Ik: “Okay, I’ll be your man on the inside. I mean, he’s so blonde…”
Buurvrouw: “…it can’t be so hard.”
Ik: “Yeah.”

Bij de SNS-internettent: “Heb je wel eens van Myspace.com gehoord?” (ongemakkelijke stilte) “Ik heb gehoord dat mensen zelfs beroemd zijn geworden via Myspace.”

“Niet meteen kijken, maar we zijn in het gezelschap van een internetexpert.”

ZONDAG

Ik had zowaar lekker geslapen. Tegen 11:00 werd ik wakker, dacht “hm, het regent”, en draaide me nog eens om. Het ging harder regenen. Tegen twaalven moest ik toch wel érg nodig pissen. Het ging harder regenen. Tegen de tijd dat ik me erbij had neergelegd dat ik in mijn lieve waterflesje ging urineren trok de toorn van de weergoden een beetje weg, en maakte ik mijn haastige weg naar het toiletgebouw. Bij terugkomst leek het er echter op dat de nattigheid ons voorlopig niet met rust zou laten, en die Lowlands University kon ik nou wel vergeten. Stellig deelde ik mee aan mijn Lowlandsgenoten: “Wie gaat er mee naar Johan? Ik zit liever daar in een tent dan hier.”

Beponcho’d en al aangekomen in de Bravo zagen we een schouwspel dat we wel vaker zouden zien op de de Dag Dat Het Nooit Zou Ophouden Met Regenen: het léék druk, in de Bravo, afgeladen zelfs, maar er was een grote buffer tussen de schare trouwe fans in de buurt van het podium en de schare onderdakzoekenden aan de rand van de tent, die enkel een droog plekje zochten. Geflankeerd door twee Johanminnende meisjes vocht ik mij een weg door de laatste groep en belandden in het land dat Johan heet.

Nu moet ik eerlijk zijn: ik heb een immens zwak voor Johan, en meer nog voor de fatale combinatie Johan + Lowlands. Op Lowlands 1997 kreeg ik hun debuutalbum cadeau van mijn toenmalig lief, en dat gaat je godverdomme niet in je koude kleren zitten. Een jaar later scharrelde ik nietsvermoedend langs de Golf-tent (die heette zo voordat biermakers grip kregen op dat soort dingen), en was bijna vergeten dat Johan hun aantreden zou maken, maar werd de tent in getrókken werkelijk door de zoete klanken van “Swing”. Is er een lied dat mijn jeugd meer heeft getekend?

Op deze verregende zondagmiddag in Biddinghuizen leek dit allemaal vooral heel, heel erg lang geleden. Daar waren ze dan, de Hoornse helden, redders van het Neder-Angelsaksische poplied. Fris in de trainingsjasjes gestoken stonden ze daar, Jacco de Greeuw en zijn kornuiten, met hun klaterende Fenders en hun heerlijke, bescheiden Engels. Hoe simpel ze ook lijken, ik zou nooit een Johanliedje kunnen schrijven.

Groot was de verbazing van mijn metgezellinnen (meer bekend met het nieuwe materiaal?) toen die ouwe shit van stal werd gehaald en ik als een soort bakvis uit mijn dak ging. Ook ik was verbaasd: ik kende nog vrijwel ieder woord! Persoonlijk hoogtepunt was “December”, één van de beste Nederlandse popliedjes van de jaren negentig van de vorige eeuw.

Johan is in topvorm, en klinken live steevast alsof je bij ze in de oefenruimte staat. Voor mij was dit een licht nostalgische trip, maar ook het nieuwe materiaal mocht er zijn. Johan is Neerlands trots. 8. Luister: “December” live op Lowlands (MP3) (3voor12 over Johan)

Na Johan was het doorstomen naar de India voor een Canadees zootje ongeregeld. Wat moet het heerlijk zijn om Broken Social Scene te mogen heten. Als je zin hebt om muziek te maken, bel je een stel vrienden; en als die niet kunnen, bel je een ander stel vrienden. Want zo werkt Broken Social Scene. Althans, in mijn naïeve voorstelling. Kort gezegd is het verkennende indie met iedereen die maar wil meedoen.

Twee observaties. Eén: BSS is een rockband geworden. Eerder zag ik ze al met vriend Niek in het piepkleine Utrechtse Ekko, en daar riepen ze veel meer de neuzelige indiesfeer op van de albums. Waar je van moet houden, en dat doe ik. Maar ik denk dat ze met de opzet zoals ze die zondag in de India hanteerden veel meer zieltjes voor zich zullen winnen: de pitch shifter-pedaaltjes op de zangmicrofoon zijn nog lang niet verdwenen, en men kijkt niet op een percussionist of tamboerijnist meer of minder, maar in beginsel lijkt Broken Social Scene vooral te willen rócken, en dat misstaat ze helemaal niet. Met feel-good (lost?) frontman Kevin Drew en de Grateful Dead-associaties oproepende bassist (die de opa van zo’n beetje iedereen in de band had kunnen zijn, en ik vermoed ook dat dat het geval is) zet de band een rootsrocksfeer neer die bijna neigt naar Crazy Horse. Prettige binnenkomer.

En dan, twee: wat werkt het goed met blazers! Vier stuks, die er bij tijd en wijlen niet vies van zijn om een tamboerijn of wat al niet op te pakken. Voor ze beginnen met toeteren houden ze even trots hun instrument in de lucht, alsof ze willen zeggen: “Kijk! Ik heb een blaasinstrument!”.

Dit alles deed weinig om de regen te doen verdwijnen, maar de heren en dames Broken Social Scene deden wel erg hun best. Toen ze te horen kregen dat ze nog negen minuten te spelen hadden, gooiden ze een kiwi het publiek in. Daar verder niks over, maar dat was gewoon gaaf.

Indie supergroep met wat neuzelige kanten voor de liefhebber. Af en toe breekt er onverwacht een rock & roll-lied uit. 8. Luister: “Anthems for a Seventeen Year Old Girl” live op Lowlands (MP3) (3voor12 over Broken Social Scene)

Nog even naar de afsluitende Lowlandsrede van tyle="font-weight: bold;">Dolf Jansen geweest in de Juliet; in de rij werd mij door trouwe GNFTI-reageur Michiel nog geadviseerd: “Doe hem de groeten, hè!”. Veel kan ik niet zeggen over Dolf zonder in herhaling te vallen: hij is een Lowlander in hart en nieren, zijn Lowlands-shows lijken in niets op zijn optredens in theaters elders in het land, en hij wil gewoon met je praten. Zo af en toe valt er onverhoopt een grap, maar vooral is het alsof je met hem aan de bar zit te praten over het festival. 8.

Ik liet de art school-pretenties van Muse en de skapunkbarrage van Less Than Jake links liggen en begaf mij naar de Grolsch voor mijn afsluiting van het festival: Belle & Sebastian.

Daar staan ze dan, die lieve, schuchtere fans van de Schotse indiepophelden met hun loepzuivere liedjes en hun slimme, vaak rare, karakterschetsen. Belle & Sebastian zelf? Niet zo schuchter meer. Dit komt vooral door Stuart Murdoch, ja, toch gewoon een lekker ding, die over het podium dartelt alsof hij verliefd is en zo af en toe tussen neus en lippen door lekker met het publiek babbelt. Het was vooral gewoon gezellig met Belle & Sebastian. Kwam er een strandbal over de reling zeilen? Murdoch trapte hem met veel aplomb terug de tent in. Gaf iemand hem een bemodderde laars? Hij hield hem in de lucht alvorens hem terug te bezorgen. En in het voorvak blies iemand bellen.

Zonniger kon bijna niet op zo’n verregende dag. Murdoch en de zijnen buitten hun kokette imago creatief uit: voor “Lord Anthony” haalde Murdoch mascara in het publiek, en droeg, teruggekomen op het podium, zijn handdoek als een rok. Hoogtepunt van de publieksinteractie was toen Murdoch een meisje uit het publiek plukte om als lijdend voorwerp te dienen tijdens “Jonathan & David”. Ondertussen speelde een dik meisje viool en soms melodica. Alles was goed. 8. Luister: “Lord Anthony” live op Lowlands (MP3) (3voor12 over Belle & Sebastian)

Later werd er gechilld in het Novib Food + Fun Fair-gebied, werd er gedanst in de Silent Disco, werden er cocktails gedronken, werden met lome ogen cartoons gekeken op het grote scherm
van LTV en werd met weemoed gerealiseerd dat alweer een Lowlands voorbij was.

Gehoord:

Bij de Asian Food, geisoleerd door tientallen meters blubber: “Sjee, als je wil eten moet je eerst wadlopen!”

Veelvuldig: “Ik heb er de *kracht* niet meer voor!!”

TENSLOTTE

Tot slot wat awards:

BEST GETIMEDE DROPJES: Jochem, nacht vrijdag op zaterdag, rond 2:00.

BESTE SMS: “India is best leuk – de tent, dan, niet het land, daar ben ik nooit geweest.”

SLECHTSTE VOEDSELITEM: Ciabatta belegen kaas en gegrillde groenten, Novib Food + Fun Fair. Ciabatta en kaas best oké, maar hallo, twee reepjes natte paprika maken nog geen “gegrilde groenten”.

BESTE STAALTJE SOVJETPRECISIE ORGANISATIE: Om 20:58 wilde ik douchen op camping twee, waar de douches om 21:00 sluiten. “Hoe snel kan je douchen?”, zeiden ze. “Je hebt twee minuten.” Eén minuut en achtendertig seconden later draaide ik de kraan dicht en ging mezelf afdrogen. Twintig seconden later hoorde ik tientallen mannen en vrouwen in koor gillen: “Ahhhh! Dat is kóud!”.

BESTE ACCIDENTAL ART: Een jongeman was een komkommer aan het uitlaten. Jawel, aan een touwtje. Een voorbijganger mompelde: “Hm. Zeker komkommertijd.”

BESTE EENHEIDSGEVOELMOMENT: Zondag, 17:48. De zon breekt door. Het gejuich was oorverdovend.

MEEST ONGEWILD KOMISCHE DISCLAIMER: Bij de ingang van het festivalterrein: “U kunt gefilmd worden voor MTV en 2voor12.” Wat, Astrid fucking Joosten? Dat zoeken we op.

BESTE WILLEKEURIGE GESPREK: Ik wilde alleen maar munten halen. De vier dames zaten op een rij als waren het heuse kassamiepjes. Ze legde uit dat er een jongen was met wie ze regelmatig tenniste, maar met wie ze het toch vooral platonisch wilde houden. Ze had hem zojuist gesms’t met de aanhef “Hé tennismaatje”. Haar collega vond dit niet kunnen. Zij begreep dit niet. Ik legde uit dat ik vond dat het in principe wel kan, maar dat zo’n aanhef wel nogal speels is, en dat speels in het hoofd van een man al snel kan worden uitgelegd als flirterig. Zij vond dit een groot inzicht. Ik moest dit nog drie keer herhalen tegen haar collega’s. Achter mij vormde zich een rij. Ik wilde alleen maar munten halen.

En de beste concerten van Lowlands 2006 volgens GNFTI:

1 Guillemots
2 José Gonzalez
3 Broken Social Scene
4 Johan
5 Belle & Sebastian

Eervolle vermelding: Iggy & The Stooges, maar die gaan we toch niet meten tegen andere bands, jongens.


dank: niek marloes alex jochem amy maaike

Hoe heb jij het gehad?